Blog

De EU als reddingsboei: prioriteiten voor een positief multilateralisme

Deze pagina is ook beschikbaar in het: Engels

16-10-2018

Lucien Chabason, James Mackie, Simon Maxwell, Imme Scholz, Alex Thier and Nathalie Tocci, 16 oktober 2018

Share Button

Op 17 and 18 oktober 2018 organiseert ECDPM samen met de andere leden van de European Think Tanks Group en het Europees Parlement een conferentie in Brussels rondom het thema ‘innovatie in ontwikkelingssamenwerking en de toekomst van internationale samenwerking van de EU’. De directeuren en voorzitter van de European Think Tanks Group delen vijf prioriteiten voor een positief multilateralisme.

De Engelse versie van dit artikel is gepubliceerd door EURACTIV op 15 oktober 2018.

Het jaar 2015 ligt inmiddels al ver achter ons. In dat jaar schaarde de wereld zich achter de duurzame ontwikkelingsdoelen en het klimaatakkoord van Parijs, en werd beloofd een eind te maken aan extreme armoede, werk te maken van de aanpak van schrijnende ongelijkheid, de vrede en welvaart te verbeteren, en klimaatverandering een halt toe te roepen.

Inmiddels is het 2018 en kijken we al met nostalgie terug naar 2015. Het multilateralisme vierde hoogtij, maar dit is gecorrodeerd door de opkomst van het populisme en de “illiberale democratie”. Opeens lijkt het alsof wij gedwongen zijn manieren te zoeken om de op regels gebaseerde internationale orde te redden.

De EU heeft groot belang bij het verdedigen van multilateralisme. Haar economische macht als grootste markt ter wereld is afhankelijk van gereguleerde handelsstromen en financiële systemen, en voor haar politieke macht is het van belang dat de rechtsstaat wordt geëerbiedigd. Buiten haar grenzen is de EU ‘s werelds grootste hulpdonor en een belangrijke verdediger van de mensenrechten. Ook binnen haar grenzen moet zij haar waarden en samenwerkingsvermogen veiligstellen.

De EU is vanaf haar oprichting geen voorstander van multilateralisme dat wordt ingegeven door samenwerking uit bekrompen eigenbelang, maar verkiest samenwerking waarvan de wederzijdse voordelen het geheel groter maken dan de som van de delen.

De huidige wereldwijde uitdagingen vereisen wereldwijde actie. De duurzame ontwikkelingsdoelen bieden een kader voor deze actie. Voor de EU zijn er vijf prioriteiten.

In de eerste plaats moet er een inclusieve en eerlijke globalisering worden bewerkstelligd, waarbij de voordelen van eerlijke handel en investeringen worden gedeeld door burgers in binnen- en buitenland. Voor veel landen die zich beginnen te ontworstelen aan langdurige armoede is deelname aan de wereldeconomie via de handel de sleutel tot succes, en om die reden moeten handelsregels en vereenvoudiging van het handelsverkeer centraal staan. Ook het bestrijden van ongelijkheid, zowel binnen als buiten de EU, bevordert duurzame economische welvaart en maatschappelijke stabiliteit.

In de tweede plaats moet er een omwenteling op het gebied van duurzaamheid tot stand worden gebracht om de ergste gevolgen van klimaatverandering te vermijden. De EU speelt een rol in de ontwikkeling en opschaling van de investeringen, technologie en beleidsinitiatieven die nodig zijn om grote veranderingen op het gebied van energie, water, landbouw en consumptie in gang te zetten, alsook in het ondersteunen van acties die nodig zijn om aan te passen aan hogere temperaturen, een stijgende zeespiegel, verstoorde weerpatronen en extreme weersomstandigheden.

In de derde plaats moeten conflictsituaties worden aangepakt. Daarom is het nodig te investeren in preventie, civiele en militaire middelen in te zetten ter ondersteuning van stabilisatie en vredesopbouw, en internationale actie te ondernemen om wapenverkopen te beperken. Bij een nieuwe ontwikkelingssamenwerking moet derhalve aandacht worden besteed aan de manier waarop complexe bedreigingen voor de veiligheid, zoals in de Sahel of Myanmar, en de invloed van oorlog op gewone burgers, zoals in landen als Jemen of Syrië, moeten worden aangepakt. Dit is geen kwestie van eenvoudige oplossingen of kortetermijnverbintenissen. Om vooruitgang te kunnen boeken, moet er breed worden ingezet op diplomatie en defensie, in combinatie met ontwikkelingshulp en humanitaire hulp.

In de vierde plaats moet men in het migratiebeleid “Fort Europa” zien te ontstijgen, met eerbiediging van de rechten van vluchtelingen en erkenning van de vele voordelen van legale, veilige migratie, niet alleen voor de migranten zelf. Wij moeten niet vergeten dat de migratie stijgt in plaats van daalt in de beginfase van economische ontwikkeling: investeren in de landen van herkomst zal de migratiedruk verminderen, maar alleen op de lange termijn.

In de vijfde plaats moeten de mensenrechten en democratische beginselen in de EU en daarbuiten worden bevorderd.

Het is niet vanzelfsprekend dat “Europa” in al deze gevallen een hoofdrol vervult. Europese landen moeten het werk van de VN en organisaties zoals de Wereldbank en het IMF ondersteunen. “Europa” moet altijd haar standpunten duidelijk maken.

De Europese Unie beschikt echter over veel middelen en heeft een staat van dienst om trots op te zijn: de EU kent een sterke inzet voor democratie en verantwoordingsplichtige instellingen, de Europese landen zijn gezamenlijk de grootste hulpdonor ter wereld, de Europese landen vervullen een pioniersfunctie op het gebied van klimaatactie, er wordt een progressief handelsbeleid gevoerd met nadruk op arbeids- en milieunormen, en de EU heeft ervaring in civiele en militaire veiligheidsmissies.

Bovendien vergroten de acties die Europa zelf intern onderneemt de kans op verwezenlijking van de duurzame ontwikkelingsdoelen. Het gefaseerd afbouwen van het gebruik van steenkool in de EU is bijvoorbeeld precies wat de Marshalleilanden en andere klimaatgevoelige landen nodig hebben en bepleiten.

Er is dus veel te doen, en er moeten veel keuzes worden gemaakt. Momenteel wordt onderhandeld over de voorlopige EU-begroting tot 2027. In mei 2019 is er een topbijeenkomst gepland in Sibiu, Roemenië, om een proces van Europese vernieuwing in gang te zetten. In mei vinden ook de verkiezingen voor het Europees Parlement plaats. Er is geen sprake van één onbetwistbare routekaart. In het kader van deze nauw met elkaar samenhangende processen moet worden gedebatteerd over alternatieve toekomstscenario’s en moeten beleidsmatige en fiscale alternatieven in kaart worden gebracht. Vervolgens zal er aan het eind van het jaar een agenda voor de nieuwe Europese Commissie gereed zijn. Dit mag geen inhoudsloze discussie in abstracto worden over meer of minder Europa. Onze visie van positief multilateralisme vereist resolute toezeggingen. Dit is wat wij moeten verlangen van onze nationale leiders, van parlementsleden, en van de nieuwe Europese Commissie.


Over de auteurs


  • Lucien Chabason is interim-directeur van het Institute for Sustainable Development and International Relations/ Institut du Développement Durable et des Relations Internationales (IDDRI) in Parijs, Frankrijk
  • James Mackie is interim-directeur van het European Centre for Development Policy Management (ECDPM) in Maastricht, Nederland
  • Simon Maxwell is voorzitter van de European Think Tanks Group
  • Imme Scholz is adjunct-directeur van het German Development Institute / Deutsches Institut für Entwicklungspolitik (DIE) in Bonn, Duitsland
  • Alex Thier is uitvoerend directeur van het Overseas Development Institute (ODI) in Londen, Verenigd Koninkrijk
  • Nathalie Tocci is directeur van het Istituto Affari Internazionali (IAI) in Rome, Italië

IDDRI, ECDPM, DIE, ODI en IAI zijn lid van de European Think Tanks Group (www.ettg.eu).


Foto: European External Action Service via Flickr.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Comments

European external affairs

External authors

Lucien Chabason

Simon Maxwell

Imme Scholz

Alex Thier

Nathalie Tocci