Een andere aanpak voor regionale integratie in Afrika?

Share Button

Share Button

 

 

 

 

Geen enkel land kan alleen de regionale uitdagingen op ontwikkelingsgebied oplossen in een continent dat uit 54 staten bestaat.

Hoewel het overheidsbeleid en de politieke verklaringen met betrekking tot regionale integratie in Afrika een regionale aanpak lijken te ondersteunen, is de werkelijkheid minder positief. De uitvoering van overeenkomsten in Afrika is zwak, en  de kloof tussen retoriek en praktijk leidt tot groeiende frustratie.

In een recent rapport over PERIA: Political Economy of Regional Integration in Africa, neemt het Europees Centrum voor Ontwikkelingsmanagement (ECDPM)  de 6 grootste regionale organisaties, inclusief de Afrikaanse Unie, onder de loep, om te onderzoeken wat de struikelblokken zijn en hoe regionale integratie anders kan worden aangepakt.

Bekijk even ons video: How can we do regional integration in Africa differently?


De hoofdpunten


Veel regionale agenda’s blijven steken in ambitie, aangezien lidstaten of de heersende klassen er weinig in zien om de regionale organisaties daadwerkelijk te ondersteunen in de uitvoering – en zelfs afdwinging –  van besluiten, en het mogelijk opleggen van strafmaatregelen.

Zoals overal in de wereld zijn het de grote landen in de regio’s die de meeste zeggenschap hebben. Machtige landen zoals Nigeria, Zuid-Afrika en Ethopië hebben meer slagkracht om de regionale dynamiek en instellingen te sturen of te dwarsbomen.

De EU is – samen met een aantal EU-lidstaten – de grootste medestander van de regionale organisaties en programma’s in Afrika. Donoren nemen een groot deel van de regionale kosten voor hun rekening, ten minste de helft van de gezamenlijke operationele kosten en programmakosten van de regionale organisaties. Echter, hulp die niet goed gemanaged wordt zorgt er voor dat regionale organisaties overgehaald worden om belangstelling te veinzen die er niet is. Dit kan ook leiden tot ‘agenda-inflatie’, met meer en meer zaken die op het bord van de regionale organisaties worden gelegd; minder verantwoordelijkheid omdat de ‘ondersteuning’ van de regionale agenda’s meer lijkt op sturing;  en gemiste kansen met betrekking tot institutionele versterking die wezenlijk zijn voor het bestuur van regionale organisaties.


Kan dit anders?


De belangrijkste uitzondering op deze bevindingen ligt op het gebied van vrede en veiligheid. De Afrikaanse Unie en enkele van haar Regionale Economische Gemeenschappen hebben zich duidelijk ten doel gesteld om resultaten te boeken bij vredesoperaties in een aantal zeer gewelddadige conflicten. De Afrikaanse Unie kan zelfs sancties opleggen aan lidstaten die grondwettelijke bepalingen inzake machtsoverdracht schenden. Het is duidelijk dat de kosten hoog zijn van deelname aan vredesoperaties, die zeer doelgericht zijn, in tegenstelling tot andere terreinen van regionale samenwerking waar kosten en baten niet volledig helder zijn.

Dit geeft duidelijk aan dat we ons meer bewust moeten zijn van de stimulansen en hindernissen met betrekking tot politieke economie, en wel op permanente basis. Dit zal echter noch snel, noch gemakkelijk verlopen.

In plaats van een algemene benadering – die niet kan werken in een continent met landen die economisch en geografisch sterk van elkaar verschillen – zou er gekeken moeten worden naar maatoplossingen gericht op samenwerking tussen landen en regio’s die politiek, economisch en bestuurlijk sterk staan.

Deze veeleisende regionale processen vereisen invloedrijke ‘kampioenen’. Eveneens is er meer aandacht nodig voor bemiddelaars die coalities op intern niveau alsmede tussen meerdere landen kunnen vormen, en tevens het oplossen van problemen en de vorming van regionale publieke goederen bevorderen.

De zes regionale organisaties (REGs) zijn:

  • Afrikaanse Unie (AU)
  • Gemeenschappelijk Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (COMESA)
  • Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC)
  • Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS)
  • Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD)
  • Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC)

Contact: Hélène Vanvolsem at hv@ecdpm.org voor interviews met ECDPM-staff an sprekers.


Noot voor de redactie

Meer dan 200 personen werden geconsulteerd voor dit onderzoek.


 

Economic Transformation and TradeRegional IntegrationPERIA project (political economy of regional integration in Africa)